afb. Onbekend, Onbekend
|
Amsterdam de hoofdstad van ons land. We kennen er allemaal wel een aantal panden. Op de Dam bijvoorbeeld het Koninklijk Paleis en het befaamde Krasnapolsky. Maar, op nummer 11, op de hoek van de Pijlsteeg, staat een zeventiende eeuws pand, geheten „De Wildeman”, maar ook wel: 's-Hertogenbosch. Als aanduiding van deze naam bevindt zich een gevelsteen in dit pand. De Stichting „Den Bosch 800, da komt van eigus” ontdekte in de herfst van 1982 het monument. Deze stichting was van mening dat het pand per abuis in de hoofdstad van ons land was gebouwd; immers de twee wildemannen en het stadswapen in de voorgevel duidden erop dat het de bedoeling was dat het in Den Bosch zou dienen te komen. Daarop werd er een brief naar de gemeenteraad van Amsterdam geschreven. In deze brief werd om een verjaardagsgeschenk gevraagd in 1985, als 's-Hertogenbosch 800 jaar zou bestaan.
In één van de open plekken in de Bossche binnenstad zou dit 'Amsterdamse' monument nadat het steen-voor-steen was afgebroken, herbouwd kunnen worden. In 's-Hertogenbosch zou het kunnen worden ingericht als dranklokaal; de eventuele winst zou tussen de beide steden gedeeld kunnen worden. Een plaatselijk Amsterdams blad zag de brief op de 'Lijst van ingekomen stukken' van de gemeenteraad staan en wijdde er een artikel aan onder de kop: Ook op het Bossche stadhuis kwam men achter deze briefwisseling tussen de Bossche stichting en het Amsterdamse gemeentebestuur. De Bossche burgemeester Van Zwieten haastte zich dan ook aan zijn Amsterdamse college Polak te schrijven, dat de afzender van de brief niet de officiële Bossche stichting was die de viering van 1985 voorbereidde. Hij raadde zijn college dan ook aan „een creatief, afwijzend antwoord” te schrijven.
Op dat idee was ook Amsterdam reeds gekomen. Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders vond dat het pand niet 'per vergissing' in Amsterdam was gebouwd, maar als een huldeblijk. Een nieuw 'gat' in de binnenstad van de hoofdstad van ons land zag men niet graag ontstaan.
Bovendien gebruikte men nog als een sterk argument: „Het in dit pand gevestigde etablissement is op zich al een monument. Een monument ter herinnering aan de zege van gezond verstand en liefde voor de vloeibare lafenis op de bedenkers van de drank- en horecawetgeving. Dit etablissement dreigde met nog enkele lokaliteiten een aantal jaren geleden te verdwijnen bij aanvaardig van de nieuwe wetgeving, omdat het niet voldeed aan de vereisten die vanachter een Haags bureau waren bedacht. Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal hebben toen een avondwandeling gemaakt door Amsterdam om zich op de hoogte te stellen van het leed dat de Amsterdamse bevolking en haar gasten zou worden aangedaan. De rede zegevierde en, wanneer onze herinnering ons niet in de steek laat, „De Wildeman” werd met naam en toenaam vermeld in de Handelingen als zijnde een onvervangbaar cultuurgoed waarvoor een uitzonderingsregel moest worden getroffen.”
Maar het Amsterdamse stadsbestuur toonde wel zijn bereidwilligheid om mee te werken: indien zij het „Amsterdams Heerenlogement” zouden krijgen (een pand dat in Den Haag staat), dan wilden zij - mits Gedeputeerde Staten het goed zouden keuren - aan Den Bosch graag „De Wildeman” schenken. Of het zover komt? Volgend jaar, in 1985, zullen we het wellicht zien.
|
Brabants Dagblad donderdag 19 juli 1984
| 1984 |
Henny MolhuysenOe gotte kčk daor : De WildemanBrabants Dagblad donderdag 19 juli 1984 |